EMAC

EINDHOVENSE MOTOR en AUTOMOBIEL CLUB

6 en 7 juni 2020 - 63e Vierlandenrit

Van Vierlandenrally naar Vierlandenrit:

1960

5 en 6 juni

Men had nu een vergelijk tussen de nachtrijders en de mensen, die er 2 dagen over gedaan hadden. Het was vooral Martien van Eerd, die dat nachtrijden voor het grote publiek niet zag zitten. Daarom werd gekozen voor een tweedaagse rit met een toer- en een sportklasse. De sportklasse had enkele lussen over bosweggetjes, die voor de toerklassers te slecht waren. Het probleem was dat de overnachtingcapaciteit in Thalfang te klein was en bovendien was de afstand te groot. Daarom werd gezocht naar een overnachtingsplaats iets korter bij Eindhoven. We schreven naar de A.N.W.B, de A.D.A.C, diverse "Verkehrsvereinen" in Duitsland. We probeerden het bij burgemeesters van verschillende Duitse plaatsen. We veronderstelden een gezelschap van plm. 150 personen. We onderhandelden met Trier en met Siegen. Het verliep moeizaam.
Op 1 maart ontvingen we van de Verkehrsverein Schweich de principe bereidheid en mogelijkheid tot overnachting van 70 à 8o personen. Met de heer Köhnen, voorganger van Hermann Schmitt, kon Martien van Eerd op 12 maart definitieve afspraken maken. Laten we gauw voorbijgaan aan de moeilijkheden, die we moesten overwinnen voordat we zover waren. Maar het lukte!
Ondertussen moest ook de rit nog worden uitgezet, het inlichtingenboekje worden gemaakt en verzonden. Voor het eerste een gedrukt inlichtingenboekje met inschrijfformulier en advertenties, waarvoor ook adverteerders moesten worden geworven. De betalingen moesten worden geregeld, de inschrijvers moesten worden ontvangen, want in die tijd werd meestal contant betaald.
Tussen al die bedrijvigheid door werd op 5 april in huize van Eerd ook nog de tweede baby (Eric) geboren! We onderhandelden met de KNMV, kwamen op de internationale toerkalender, waar we in 1967 weer af zouden gaan. In verband met die toerkalender moesten we overleggen met de Noord Nederlandse Motor Club, die met Pinksteren een tweedaagse toertocht naar Sauerland organiseerde. De toenmalige KNMV secretaris Jonkheer C. Duymaer van Twist zag wel iets in de Vierlandenrit. De Noord Nederlandse Motor Club had geen bezwaar. De afstand Eindhoven-Groningen was zo groot dat zij geen concurrentie vreesden, zij hadden immers toch geen deelnemers uit Eindhoven. Vooral Mevr. Gerda Geerdingh, toenmalig secretaresse van de afdeling Toerisme van de KNMV was erg enthousiast over de Vierlandenrit, zeker niet minder omdat zij als "observer" werd uitgenodigd. De beide uitzetters niet minder. De plaatsing op de toerkalender was voor Martien van Eerd een sterk wapen om de VierlandenRALLY om te dopen in VierlandenRIT.

De uitzetters probeerden een kleine grenspost tussen Bleialf-Schönberg speciaal voor de Vierlandenrit deelnemers open te krijgen, en dat zou nog gelukt zijn ook. Toch zagen ze er maar vanaf en lieten de rit lopen via Maaseik Nederland weer in, en bij Gemmenich (Vaals) er weer uit. Via Ruhrberg, Woffelsbach, Heimbach naar de vaste rustcontrole in "Eifelerhof" in Kall, en voor het eerste de finish bij Hermann Junges in Schweich.
Buiten de overnachtingen op de camping hadden we 5 eenpersoons, 43 tweepersoons en 4 vierpersoons kamers. We hadden 68 voertuigen in de toerklasse en 28 in de sportklasse.
We hadden reclame gemaakt via grote raam affiches bij cafés, pompstations en motorclubs over het hele land. We hadden een sevicewagen van "Rovulco" Bandenbedrijf aan de Heezerweg, die achter de karavaan aanreed en pas laat in Schweich arriveerde. Het inschrijfgeld bedroeg FL. 10,-- per voertuig plus FL. 1,50 per passagier. De overnachting kostte DM. 4,50 - 5,-- p.p. Het ontbijt DM. 1,50 - 2,50. De Verkehrsverein in Schweich was tevreden. We kregen de vergeten spullen nagestuurd en men hoopte dat we terug zouden komen. Herr Köhnen kreeg een boekje over Eindhoven. In de loop van het jaar werd hij nog eens bezocht en het contact leek een goed fundament te hebben.
De rit was prachtig. Het weer ook. Voor het eerst hadden we een tijdcontrole bij café Zenners, waar ze toen een klein meisje hadden, dat nu al weer een flinke dochter heeft en wij er nog jaren een vaste tijdcontrole hebben gehad. Waar blijft de tijd. Je kunt het je nauwelijks voorstellen, dat we bij de Vaste Rustcontroles nog niet over eten praatten. Men nam brood en drinken mee. "Café Noe-Malget" in Hachiville op de Luxemburgs-Belgische grens had toch nog enkele goed bedoel- de uitsmijters als "Strammer-Max" verkocht.

Johan van Ojen was er sterk in om Martien van Eerd te laten zeggen hoe het moest. De rit was voor de eerste dag voor de toer 400 km. en voor de sport 446,8 km.
De tweede dag respectievelijk 443 km. en 453 km. Het gemiddelde voor de toerklasse 36 km per uur en voor de sportklasse 40 km per uur. Aan het eind van elke dag was er voor de sportklasse een klassementsproef, waarin elke minuut te vroeg of te laat 5 strafpunten gaf. We kochten 150 tegels.
Het verhaal wordt te uitgebreid, anders zou er nog uitvoerig verteld kunnen worden, hoe een zware klimmende bomenwagen in Luxemburg de auto van Johan van Ojen een duwtje gaf en als de voorzitter niet tussenbeide was gekomen, was Johan van Ojen ter plekke de grond ingeslagen.
Het was weer niet gelukt uit de rode cijfers te komen! De uitzetters, organisatoren, secretariaat, acquisiteurs, rekenkamer, het waren dezelfde twee doorzetters, die met het bestuur besloten door te gaan. De ABC wisselbeker, geschonken door loodgieter Marinus v.d. Aalst, slager Jan v.d. Broek en garagehouder René Coolen was immers niet voor één jaar bedoeld.