EMAC

EINDHOVENSE MOTOR en AUTOMOBIEL CLUB

6 en 7 juni 2020 - 63e Vierlandenrit

De 8e vierlandenrit:

1965

6 - 7 juni

In de eerste besprekingen met Hermann Schmitt in Schweich bleek dat er inderdaad deelnemers waren, die vergaten hun overnachting te betalen, weshalve werd besloten dat de deelnemers voortaan de overnachting tegelijk met het inschrijfgeld (FL. 30,-- voor auto's en FL. 25,-- voor motoren) dienden te betalen. Wij zouden dan met Schweich rechtstreeks afrekenen, waarvoor de Verkehrverein het reserveringsgeld met de helft verlaagde en naar DM. 0,50 bracht. We rekende FL. 6.50 per persoon. Wel moesten de deelnemers hun ontbijt ter plekke betalen. We reserveerden 60 eenpersoons, 145 tweepersoons en 20 driepersoons kamers.
Het was moeilijk voor Hermann Schmitt, want verschillende deelnemers hadden reeds rechtstreeks geboekt. Zo had de groep uit Venlo pension Denhart afgehuurd en een andere groep was bij Welter ingekwartierd. Ook bij particulieren en op de camping was flink gereserveerd.
Maar in het opkamertje bij Junges werd, soms laat, een bevredigende afrekening gemaakt, door Martien van Eerd en Frans Klaassen.

TMC         EMAC

Het uitzetten verliep zonder noemenswaardige problemen. Voor de sportklasse was er een lus en daarnaast nog per dag een kaartleesgedeelte met de punt in de bekende cirkels. De toerklasse reed 40 km. en de sportklasse 45 km per uur.
Tijdens de controle liet de Pontiac van Johan van Ojen het 's avonds in Spa afweten. Nadat Frans Klaassen, Gerard van Wanrooij en Martien van Eerd dat loodzware kreng een paar keer door Spa hadden geduwd gaven we de moed op. Volgens Johan van Ojen zou een garage veel te duur zijn. Via Wim van Hout konden we 's nachts Cor Scheepers bereiken, die op de Generaal van Dedemlaan 80 de Renault R8 van de voorzitter uit de garage haalde en daarmee 's morgens vroeg naar Spa kwam, zodat we in de Renault, met Gerard van Wanrooij aan het stuur, de rit verder konden controleren. Cor en Mien Scheepers gingen met de trein naar Eindhoven en Rieky Donkers trok met een Volkswagen de Pontiac naar Eindhoven, waar monteur Cor van Leeuwen vaststelde, dat het maar een kleinigheidje was, dat in Spa voor een paar centen gerepareerd had kunnen worden. Met Tripmaster en zo werd toen nog niet gewerkt. We vermeldden de afstanden volgens de 100 meter teller.


Een maand voor de rit besloten we de naam TMC te wijzigen in EMAC. Het bleek in het buitenland steeds moeilijk die naam uit te spreken en met Eindhoven te associëren. Bovendien hadden we al veel leden met auto's en konden De Kempenrijders ons voor vol aanzien. In een extra bijeengeroepen vergadering werd op 6 mei de naamsverandering een feit, werd het drukwerk aangepast en kregen we ook nieuwe controlekaarten, speciaal voor de 4-Landenrit.
Ten opzichte van 1964 steeg het aantal deelnemers met 45 naar 198, waarvan in de toerklasse 128 auto's en 27 motoren, en in de sportklasse 34 auto's en 9 motoren. MAC Hilversum kwam met 17 deelnemers, Mierlo met 25, maar Neerkant leverde de meeste deelnemers. De rekenkamer was dit jaar een flop. We kregen maar liefst 30 kaarten terug, die allemaal een persoonlijke brief kregen. Bij de prijsuitreiking werd de Fiatprijs eerst uitgereikt aan Theo Leenen, die hem weer door moest geven aan zijn clubgenoot Jo van Stiphout, waar we hem later weer terug moesten halen om hem uit te reiken aan H. Eggens in Utrecht.
Ook in de routebeschrijving zaten veel fouten in de vermelde aankomsttijden en kilometerstanden. Bij de Toerauto's won J. Beerens uit Veghel met 4 strafpunten, bij de motoren A Haandel uit Eindhoven met 8, terwijl in de sportklasse bij de auto's met 19 strafpunten werd gewonnen door G. Gons uit Nederhorst en bij de motoren door weer M. Vink uit Leiden met 15 strafpunten.
De eerste Vaste Tijdcontrole was in café Jaquemin in Zichen-Zussen-Bolder, de rust met middageten in Eifelerhof in Recht en de tweede vaste tijdcontrole bij Enkabé in Eschweiler (L). De tweede dag bij Gasthaus Hommes te Mückeln (D), de rust in café-restaurant Jacquemod te Waldkönigen bij Daun (D) en de laatste vaste tijdcontrole in Gaststätte Letzenburg in Gangelt. Op de vaste rust van de tweede dag kon men kiezen uit maar liefst 5 menu's met een gemiddelde prijs van DM.3,50. Buiten op de stoep zat de plaatselijke harmonie te spelen, en het bestek was gemerkt, omdat ze dat in het dorp geleend hadden. Als controleposten fungeerden de zusjes van Wim van Hout, Wim van Hout, Jan van Halen, Wim Schuurman, Wil Schuurman jr. W. Nouwens, Willy Swinkels, Wim Swinkels, Hans van Laarhoven, Cor Scheepers, Mevr. Staals, Toon Hoevenaars, Jan Wouters, Van Zandvoort, Leo Thys en Wim Ruijters.

Een half jaar na de rit kregen we een brief van de Minister van Verkeer uit Düsseldorf die van de Regierungspräsident uit Aken had vernomen dat het op 7 juli tot verkeersgevaarlijke situaties was gekomen door zo'n 200 voertuigen, die aan een rally deelnamen.
We werden er opnieuw op opmerkzaam gemaakt, dat voor zoiets minstens 8 weken van tevoren een vergunning moest worden aangevraagd. De brief was gedateerd 30 augustus en was verstuurd naar de Motor Club Eindhoven, waarvan het secretariaat toen in de Nijlandlaan in Veldhoven was. Wij kregen de brief pas veel later in ons bezit, zodat hij pas op 20 januari 1966 beantwoord werd. Dankzij een anonieme schenking kwamen we in het bezit van de Jonkheer Carel Godin de Beaufort wisselbeker die, als hommage aan deze sympathieke en sportieve autocoureur, als wisselbeker werd uitgereikt aan de best geklasseerde auto in de sportklasse.
Op de ledenvergadering werden door Frans Klaassen dia's van de rit en de prijsuitreiking vertoond. Martien van Eerd kreeg voor zijn vele werk van Assurantiekantoor Aart Akkermans een week vakantie aangeboden in een caravan in Ouddorp.