EMAC

EINDHOVENSE MOTOR en AUTOMOBIEL CLUB

6 en 7 juni 2020 - 63e Vierlandenrit

De 20e vierlandenrit:

1977

29-30 mei

Ofschoon Frans Klaassen altijd verkondigde, dat we niet naar Indianenverhalen moesten luisteren, had hij toch van veel deelnemers te horen gekregen, dat het vervallen van de sportklasse een groot verlies was voor de Vierlandenrit. Zelf was hij een groot voorstander van deze sportieve inbreng, en zo kon het gebeuren, dat we terugkwamen op het vorig jaar genomen besluit en we de sportklassers hun hobby weer teruggaven. Het was immers de twintigste Vierlandenrit, en die mocht wel iets extra's hebben. Johan van Ojen was geen voorstander van de sportklasse, en misschien heeft dat te maken gehad met zijn vakantieplanning.
Zo gingen Johan van Ojen en Martien van Eerd op 25 maart van huis voor het uitzetten van de rit voor de toerklassers. Na vier dagen waren zij weer terug, met een rit, die niet af was. Kennelijk had Johan van Ojen een foutje gemaakt in zijn vakantieplanning, want veertien dagen later op 15 april vertrok hij voor een vakantie van 6 weken naar Marokko, de verdere organisatie en het uitzetten overlatend aan Martien van Eerd. Hij zou voor de dag van de rit weer terug zijn. Er zal hierover wel het een en ander gesproken zijn, maar gelukkig konden we terugvallen op Frans Klaassen, die van 29 april t/m 1 mei met Martien van Eerd bezig was met het uitzetten van de sportklasse, en het laatste traject van Alken naar Eindhoven. De gedeelten van de sportklasse werden naar de laatste etappe gebracht.
De eerste dag begon de sportklasse net over de Duitse grens tot aan de finish en de tweede dag bij de vaste tijdcontrole in Zichen-Zussen-Bolder. Hierdoor kwamen de meer te rijden kilometers achteraan, hetgeen een vereenvoudiging van de routebeschrijving betekende. Bovendien werden nu controleposten van de toerklasse ook bruikbaar voor de sportklasse, door op die plaats een cirkel te zetten.
De controleposten van de toerklasse, die door de sportklassers werden gepasseerd, maar niet van een cirkel waren voorzien waren echter voor hen vals, hetgeen niet voor alle deelnemers even duidelijk bleek, waardoor de rekenkamer een veelvoud aan werk kreeg. Het reglement bleek op dit punt niet echt waterdicht te zijn volgens enkele deelnemers.
Aangezien Frans Klaassen een gedeelte van de rit zelf had uitgezet werd Jan Verdijsseldonk aan het controleteam toegevoegd. Op 14 en 15 mei werd de rit gecontroleerd.
De rit liep de eerste dag via Luna in Alken weer naar "De Luxembourg" in Gouvy om vervolgens via de vaste tijdcontrole in Café Richartz in Fouhren (Lux) te eindigen bij het vakantiedorp "Sonnenberg" in Leiwen.

De tweede dag ging het via café "Weitblick" in Scheidgen naar Balter in Losheim en vervolgens via "Jacquemin" in Zichen-Zussen-Bolder naar Eindhoven. De lengte van de eerste dag was voor de toerklasse 388 km. en voor de sport 403 km. De tweede dag resp. 376.3 km. en 376.05 km.
Controleposten waren: Wim Swinkels, Annie Janssen, Daniël Kastricum, Jos Swinkels, Tinie Swinkels, Hans Thoonen, Jan Teunisse, Wil van Eerd (vaste rust in Gouvy en Losheim) Astrid van Eerd, Willy Pontenagel, Leo Smulders, Harry Schellekens, Ton Franken, Willy Swinkels, Aart de Vos, Toine de Zwaan en Gerrit van Zutphen. Darja Domenie deed de finish in Leiwen. Johan van Ojen bezette de tweede dag een dubbele post in de buurt van Helchteren. Op de dag van de rit reed Tjeu Domenie weer met Martien van Eerd, terwijl ook Darja meeging. Frans Klaassen werd gereden door Jan Verdijsseldonk.
De overnachting in Schweich verliep moeizaam. Er waren nauwelijks kamers te krijgen, zodat met Hermann Schmitt en de burgemeester naar een oplossing werd gezocht..
Na uitvoerig overleg met "Ennia" verzekeringen, die een vakantiecentrum in Leiwen had geopend werd afgesproken, dat de deelnemers in dit vakantiedorp zouden overnachten. Weliswaar waren in Schweich, Leiwen en Köwerich nog 83 bedden gereserveerd, maar de rest zou in "Sonnenberg" overnachten en eten. De finish was ook naar dit vakantiedorp verlegd, zodat we dit jaar eigenlijk nauwelijks in Schweich zelf kwamen. Voor de deelnemers was het wel makkelijk. Ze konden allemaal `s avonds ter plaatse eten en er was voldoende muziek voor de avond. `s morgens werd in de grote zaal ontbeten. Ten opzichte van 1976 zat er een stijging in het aantal deelnemers. Totaal 306, waarvan in de toerklasse 230 auto's en 45 motoren en 31 auto's in de sportklasse.
Winnaar in de toerklasse auto's was ons lid Hans Jansen uit Dommelen met 12 strafpunten. Bij de motoren A. Duis uit Luyksgestel met 87, terwijl in de sportklasse de hoofdprijs ging naar R. Mol uit Schiedam met 157 strafpunten.
Op zaterdag 11 juni werden in "De Korenbeurs" de prijzen uitgereikt, maar eerst hadden we tussendoor op de vrijdag na de rit nog de ontvangst en koffietafel van Hermann Schmitt met zijn gezelschap gemeenteambtenaren uit Schweich, die met de voorzitter als gids een rondrit door Eindhoven en een bezoek aan het stadhuis maakten. Loco-burgemeester Jan Zeelen reikte aan de burgemeester van Schweich een tweetal fotoboeken van Eindhoven uit, en alle ambtenaren kregen naast koffie een map met inlichtingen over Eindhoven. In de Korenbeurs werd het gezelschap dankzij de royale medewerking van Ria en Tjeu Domenie onthaald op een Brabantse koffietafel.
Frans Klaassen had voor deze twintigste rit een jubileumtegel ontworpen met de wapens van de diverse wijnplaatsen. Voor de rit hielden we de Nederlandse tijd aan, omdat Duitsland nog geen zomertijd had ingevoerd. De routebeschrijving werd niet meer opgestuurd, maar aan de start uitgereikt, zodat de eerste bladzijde er gewoon weer in zat.