EMAC

EINDHOVENSE MOTOR en AUTOMOBIEL CLUB

6 en 7 juni 2020 - 63e Vierlandenrit

De 21e vierlandenrit:

1978

20 -21 mei

Ofschoon de overnachting in vakantiedorp "Sonnenberg" niet echt slecht was bevallen zag de Verkehrsverein uit Schweich, met aan het hoofd Hermann Schmitt er toch de voorkeur aan om de Vierlandenrit in Schweich te houden. Met Pinksteren was dit echter niet meer mogelijk, daar er dan, waarschijnlijk als gevolg van onze Vierlandenrit, die aan Schweich een grote bekendheid had gegeven, niet voldoende slaapplaatsen voorhanden waren. Vele toeristen kozen Schweich uit voor een Pinksterweekend, waarin onze enkele overnachting niet paste. Ook bij de vaste rustcontroles onderweg bleken ze met Pinksteren veel aanloop te hebben, waardoor het voor ons niet makkelijker werd. Na uitvoerig overleg werd besloten de rit te verplaatsen naar het weekend na Pinksteren. Vermoedens dat dit veel deelnemers uit de zakenwereld zou kosten trotseerden we.

Vol goede moed werd op 15 april begonnen aan het uitzetten. Johan van Ojen werd onderweg ziek, en ondanks de goede zorgen van Martien van Eerd, zat er niet anders op, dan na een overnachting in Leinenhof de zieke Johan naar huis te brengen. Die werd natuurlijk nog zieker omdat hij zelf niet kon rijden, waardoor zijn wagenziekte er nog bij kwam. Via vele tussenstops lukte dit ziekentransport, leverde Martien van Eerd zijn snipperdagen weer in voor werkdagen, en werd het opvolgende weekend een nieuwe poging ondernomen met Frans Klaassen, die moeilijk in zijn snipperdagen zat. Vroeg in de morgen vertrokken we in Eindhoven met de Peugeot 405 en na een korte tussenstop in Losheim reden we naar Schweich, waar we de sportklasse uitzetten en vol goede moed aan het tweede dag traject begonnen. Nadat we in Derenbach-Wiltz In "Esschlecker Stuff" een nieuwe vaste rustcontrole hadden geregeld brachten we het tot Bastogne, vanwaar we `s zondags het toergedeelte naar Eindhoven voor elkaar kregen. Zaterdag 29 april werd de sportklasse in Noord-België uitgezet. Op 5 en 6 mei werd de rit gecontroleerd door Frans Klaassen met Martien van Eerd en Johan van Ojen, die ondertussen weer beter was. Tijdens deze controle konden ook de kilometerstanden vanwege het gebruik van verschillende auto's worden gecorrigeerd. Vooral voor Johan van Ojen was het een moeilijke controle omdat hij de rit niet zelf had uitgezet, en een andere uitzetter het toch iets anders deed, dan hij gewend was.

De rit liep de eerste dag via de vaste tijdcontrole in Henri-Chapelle café "De la Place" naar Balter in Losheim en verder via de vaste tijdcontrole in café Hebben in Hof Hau naar Junges in Schweich, waar de finish weer op het pleintje werd gehouden. De kaartleesrit begon 18 km. na Balter en duurde tot Schweich, zonder de vaste rust voor de Toerklasse aan te doen. De tweede dag ging het via Brandenbourg naar de nieuwe vaste rust in Derenbach en vervolgens via "Luna" in Alken (een etappe van 165 km) naar Eindhoven. De eerste dag had de rit een lengte van 354,95 km. voor de toerklasse en 374.37 km. voor de sportklasse. De tweede dag resp.398.45 km. en 408.50 km. Totaal resp. 753.4 km. en 782.87 km.
Als controleposten fungeerden: Harry van Galen, Koos Goossens, Wim Swinkels, Ton Franken, Daniël Kastricum, Frans v.d. Meeren, Jan Teunisse, Martien van Eerd (neef), Marie-Anne de Vos, Aart de Vos, Wil van Eerd, Gerrit van Zutphen, Willy Pontenagel, Toine de Zwaan, Hans Thoonen, Jan Nouwens, Rob van Limburg, Fons Verschuren, Leo Smulders, Gerard van Wanrooij en Ambro Slegers. Tijdens de rit reed Tjeu Domenie met Martien van Eerd, en Jan Verdijsseldonk was chauffeur voor Frans Klaassen.
De start en finish werden verzorgd door Tini Jannes en Marinus Buys met assistentie van Jos Hanique en Herman van Gestel.
Er waren 2 vierpersoons, 26 driepersoons, 45 eenpersoons en 275 tweepersoonskamers gereserveerd door Hermann Schmitt, waarbij een kamer met rolstoelbereikbaarheid.. Totaal 681 bedden. Hotelkamers DEM 23,- Gasthäuser DEM 18,-- en Privatzimmer DEM 15.50. De slaapplaatsen werden door Martien van Eerd en Frans Klaassen in Losheim opgehaald, waarbij dan tevens een vooruitbetaling werd gedaan, zodat we niet met een grote som geld over de grenzen hoefden. Er waren in de toerklasse 238 auto's en 58 motoren; in de sportklasse 22 auto's en 1 motorrijder. Het deelnemersaantal was toegenomen, maar in de sportklasse was een sterke daling te constateren. Of dit kwam door de verplaatsing naar het weekeinde na Pinksteren is eigenlijk nooit uitgezocht. Misschien waren de sportklasserijders wel mensen, die `s zaterdags niet uit hun zaak konden en waren er in de toerklassers meer, omdat ze het Pinksterweekend met het gezin elders een lang weekend vierden. In de toerklasse won J. v.d. Bank uit Soest bij de auto's met 11 strafpunten, bij de motoren J. Lievestro uit Doetinchem met 94 strafpunten. In de sportklasse won R. Pauw uit Veldhoven bij de auto's met 117 strafpunten en Jan Jonker won als enige motorrijder met 664 strafpunten. Evenals in 1977 werd voor de rit de Nederlandse tijd aangehouden, omdat de Duitsers nog geen zomertijd hadden ingevoerd, hetgeen vooral `s morgens bij het wekken nogal eens problemen gaf.